J-jongens en meisjes.
De bakker staat ‘s ochtends vroeg op, om broodjes te bakken, voor de mensen.
De slager op zijn beurt, maakt lekkere stukjes vlees zodat wij ‘s avonds
lekkere stukjes vlees kunnen eten, alsmede de jus die daaruit gewonnen wordt.
De tuinman werkt op noeste wijze in de tuin, teneinde deze een weeldig aanzien
te verschaffen.
En de smid slaat vrolijk fluitend op het hete ijzer in zijn gezellige smidse,
waar een foto van zijn vrouw en kinderen hem de nodige werklust verschaffen.
Zo dragen zij allen hun steentje bij aan onze maatschappij.
Maar, jongens en meisjes, d’r zijn ook mensen, die de hele dag maar een beetje
in hun bed blijven liggen stinken!
En het liefste de kantjes ervan aflopen. Behalve natuurlijk, als er ergens een
feestje gehouden wordt hè, met gratis drank. Want dan rennen zij plotseling om
het hardst, om zo snel mogelijk van het geld van de werkman te kunnen
profiteren.
Deze mensen hebben een slap en leugenachtig karakter. Vaak ook zijn zij niet
gespeend van een zeer negatieve uitstraling, alsmede een ongewassen uiterlijk.
Over het geheel genomen, maken zij dus een muffe en onhygiënische indruk. Deze
mensen noemen wij de werkloze.
En ze hebben gewoon een uitkering! Die volgens hun door ons, de oppassende
burger, dan maar even opgehoest dient te worden. En, jongens en meisjes, onze
regering is het blijkbaar met de werkloze eens, en juicht het van harte toe dat
wij de werkloze bij het minste of geringste gepiep het geld met koffers
tegelijk toewerpen. Bovendien laten de hoge heren in Den Haag ook nog eens, uit
allerlei verre vieze landen, gekleurde en raarpratende werklozen ons land
binnenkomen.
Deze werklozen gaan bij aankomst gewoon liggen op bed liggen wachten, totdat
wij ze als makke lammetjes ons geld komen brengen. Deze werklozen noemen wij de
buitenlanders. Oftewel drugsgebruikers.
En zij getroosten zich geen enkele moeite om kennis te nemen van onze rijke
cultuur. Bij het horen van namen als Ad Visser en Loeki Knol kijken ze je laf
en ongeïnteresseerd in de ogen. Jullie zullen wel begrijpen jongens en meisjes,
dat voor de werkman de maat nu toch bijna vol is. De werkman wil van zijn rust
genieten, in plaats van de hele nacht naar het gejammer van een doodbloedend
schaap te moeten luisteren.
Maar, gelukkig, zijn er ook nog andere mensen. Mensen, zoals Wimpie Bosboom,
die zich niet bang laten maken, maar zeggen waar het op staat. Als wij samen
onder leiding van deze inspirerende figuur, de moed hebben om de handen ineen
te slaan en schoon schip te maken, dan zal de werkman en zijn nijvere huisvrouw
binnenkort weer een veilig blokje om kunnen maken zonder de hete knoflookadem
in de nek te voelen.
Zo, dit wilde ik even kwijt, daar bij die molen, die mooie molen. Pbrr pbrrll
pbrrll prbrr-rrll, pbrr pbrrll pbrrll prbrr-rrll, pbrr pbrr pbrr pbrrrlll...
|
|
|